| |
Dagblad
Trouw, mei 2007
Hoe Hermans verdween uit Haren
De oprit leidt naar de garage waar ooit de flamboyante
Morgan stond. Naast de voordeur van de Lindenhof zit een witte, elektronische
bouwmarktbel. Daarboven de originele deurbel van de grote schrijver, eenvoudig
zwart met een witte knop. Als mevrouw opendoet, een keurige, broze oude
dame, zegt zij meteen: ‘U mag best binnenkomen, hoor, maar er valt
hier niets meer te zien’.
Niets?
Zijn ziel moest er toch nog zijn, zo wenste ik vele malen vurig, vooral
als het besneeuwde rieten dak van de villa opgloeide in de maanschemering
van een stille winteravond. Maar ook als de krokussen bloeiden in de imposante
tuin, of als de regen er tegen de ramen sloeg, was ik zeker van zijn tegenwoordigheid,
ergens in die stoere rietgedekte villa aan de statige Julianalaan. Ik
stond er tijdens mijn wandelingen geregeld roerloos stil in het donker,
ogen dicht, mijzelf aldus de gelegenheid gevend in die sacrale schemering
iets te laten neerdalen van zijn scherpe, rancuneuze geest. Soms meende
ik zelfs zijn ietwat snerpende stemgeluid te horen.
>>Lees
verder
|
|
|
|
|
Hoe
Hermans verdween uit Haren - Dagblad Trouw
Regen - columns in de
Volkskrant
De taal van het proces-verbaal - Maandblad
Onze Taal |